Gaap

3 mei 2012

Na vijf reisdagen zijn we de jetlag eindelijk te boven. Inmiddels staren we niet meer tot 3 uur ‘s nachts naar het plafond, met om het half uur een kind bij het bed dat klaagt niet te kunnen slapen. Hoef ik mijzelf nu iets minder letterlijk te vergapen aan de wereld die China heet. Maar ik was meestal niet de enige die de mond had open staan van vermoeidheid. China mag dan de motor zijn van de wereldeconomie; Chinezen houden wel van hun rustmoment. Of het nu een plastic stoeltje is, de scooter of het bankje in het restaurant na een overvloedige maaltijd; slapen kun je overal. Vooral mannen zie ik regelmatig met de mond open ergens achterover leunen. ‘Ze moeten vast bij slapen van die andere baan die ze ook nog hebben’, zeg ik vol medelijden tegen mijn broer. Maar die is na zeven jaar China niet meer onder de indruk van de vermeende werklust van Chinezen. Alleen wanneer er iets te halen valt, komt de Chinese tijger in beweging.

Leave a Comment

Previous post:

Next post: