Zoete of zuinige mond

17 april 2012

Op dit moment lees ik ‘Zoete mond’ van Thomas Rosenboom. Dit is het eerste boek dat ik van hem lees. Misschien kwam het door mijn man dat ik zijn boeken vermeed. Hij klaagde over archaïsch taalgebruik en hoofdpersonen die maar niet vooruit waren te branden. Toch las hij alle boeken uit. Nu lees ik over Rebert van Buyten (hoezo archaïsch) die ik vanwege zijn tergende eenzaamheid ook een schop onder de kont zou willen verkopen. Rebert heeft nooit contact met een vader, moeder of zus. En de paar vrienden die hij heeft, laten hem allemaal in de steek als zijn vrouw (zijn enige geluk) bij een ongeluk om het leven komt. Zoveel misere; het is gewoon teveel voor mij. En toch lees ik verder. Misschien omdat ik hoop dat het Rebert uiteindelijk beter zal vergaan. Of is het de beeldende taal van Thomas dat ik blijf lezen; voor zinnen als “zijn mond dadelijk weer zuinig sluitend als een portemonnee vol kostbaarheden”. Of deze: “Haar gezicht leek wel een muziekinstrument waarmee zij nu, passend bij het onderwerp, een akkoord in mineur aansloeg maar dadelijk na het donkere floers dat eroverheen trok keek zij hem weer in stralend majeur aan.” Nu ik zelf af en toe schrijf, weet ik wat mijn tekortkomingen zijn. Ik kom niet op een zoete mond, laat staan een zuinige vol kostbaarheden.

Leave a Comment

Previous post:

Next post: